Skip to content
450+ Recordings ∙ 40 Years of Music History ∙ 1986 - 2026
450+ Recordings ∙ 40 Years of Music History ∙ 1986 - 2026

Language

388: OM. 50

Intakt Recording #388/ 2022

Urs Leimgruber: Soprano Saxophone
Christy Doran: Electric Guitar, Devices
Bobby Burri: Double Bass, Devices
Fredy Studer: Drums, Percussion, Gong, Crotales, Bowed Metal

Recorded March 1–5, 2022, by Roli Mosimann, assisted by Thomas Gabriel, at Gabriel Recording, Stalden, Switzerland.

Original price CHF 12.00 - Original price CHF 30.00
Original price
CHF 30.00
CHF 12.00 - CHF 30.00
Current price CHF 30.00
Format: Compact Disc
More Info

50 years OM! The band is cult. This band wrote history from 1972 to 1982 combining the energy of rock music with the power of free improvisation. With enormous vitality they bring together the experiences of a young generation electrified by Jimi Hendrix, fascinated by John Coltrane and inspired by free jazz. OM brought rock music into spontaneous musical processes with uncertain endings. After a long break from touring, the band returned in 2008 with a brilliant concert at the Willisau Jazz Festival (Intakt CD 170). After another break, they present the album „It‘s about Time“ (Intakt CD 348) in 2020. „ElectroAcoustiCore“ is what they call the music. Now the journey continues: OM reinvents itself again and presents a brilliant musical statement for their 50th anniversary. “I often lose my place when listening to OM, the legendary quartet that’s been with us for half a century. There are moments all over their records when I find myself in an incredible polyrhythmic thicket or deep cosmic space, and I pause, thinking, “Wait, how did we get here?” That’s OM to me. With decades of growth and exploration, together and separately, OM are making their best music right now,“ writes Jason Bivins in the liner notes.

Album Credits

Cover art: Niklaus Troxler
Graphic design: Jonas Schoder
Liner notes: Jason Bivins
Photos: Max Kellenberger

All music by Urs Leimgruber, Christy Doran, Bobby Burri and Fredy Studer (SUISA). Recorded March 1–5, 2022, by Roli Mosimann, assisted by Thomas Gabriel, at Gabriel Recording, Stalden, Switzerland. Mixed and edited March 13–17, 2022, by Roli Mosimann, assisted by OM, at Gabriel Recording, Stalden, Switzerland. Mastered March 28, 2022, by Dan Suter and Roli Mosimann at Echochamber, Zürich, Switzerland. Recording produced by OM and Roli Mosimann. CD produced by Intakt Records. Published by Intakt Records.

  • 5 stars: 30 (100%)
  • 4 stars: 0 (0%)
  • 3 stars: 0 (0%)
  • 2 stars: 0 (0%)
  • 1 star: 0 (0%)
P
Pirmin Bossart
Jazz'N'More Magazine

Der Auftakt zur 50-Jahre-Jubiläumstour von OM ist jetzt auf Blue-ray Disc hautnah mitzuerleben. Mit dabei und doch nicht mehr dabei: Der kurz zuvor verstorbene Schlagzeuger Fredy Studer.

Auf dem zweiten Track der Blue-ray Disc ist er plötzlich da: Fredy Studer, Schlagzeuger und Mitgründer von OM. Er wird mit einer Videoprojektion seines Solo-Auftritts in Schaffhausen eingeblendet. Nach und nach schaltete sich die Band auf der Bühne zu Fredy Klängen ein. Es ist erstaunlich, wie homogen sich die Projektion und die Live-Situation verweben und wie berührend die Kameras (Video Recording und Produktion Timo Schlüssel) diese Momente mit Fredy und seinen Bandkollegen einfangen. Das allein ist schon die Blue Ray wert.

Fredy Studer hat die 50-Jahre-Jubiläumstour, die am 4. und 5. November 2022 im Südpol Luzern startete, nicht mehr miterleben können. Im August 2022 ist Studer gestorben. Aber seine Bandkollegen Christy Doran (g), Urs Leimgruber (ss) und Bobby Burry (b) nahmen ihn mit auf die Tour. "Fredy wird an jedem Konzert mit dabei sein, auch wenn wir mit einem anderen Schlagzeuger spielen. Mit ihm haben wir die Stücke eingespielt. Mit ihm ist alles entstanden", sagte Leimgruber im Vorfeld der Tour.

In exzellenter Qualität dokumentiert die Blue-ray Disc die zwei Konzerte im Südpol Luzern. Am ersten Abend spielte Gerry Hemingway Schlagzeug, am zweiten Abend war Tony Buck (The Necks) mit von der Partei. Gespielt werden die Stücke der letzten OM-CD "OM 50" (Intakt Records). Für den Sound verantwortlich zeichnen Roli Mosimann und Alex Huber. Das Cover gestaltete Niklaus Troxler, der auch in die Konzerte einführte und als ehemaliger Leiter des Jazz Festivals Willisau die Band immer wieder auf die Bühne brachte.

"OM 50 - in memoriam Fredy Studer" ist eine rundum gelungene Produktion. Sie zeigt eine Band, die sich während 50 Jahren immer wieder neu erfunden hat und auch in ihrer bisher letzten Inkarnation mit ihrem "Electro-AcoustiCore" zur Hochform aufläuft.

M
Mike Greenblatt
Goldmine Magazine

The European sound machine known as OM has been around for half a century, thus 50 (Intakt Records out of Zurich, Switzerland) is required listening for all non-genre fans. With inspiration as much by Hendrix as by Coltrane, they call it “ElectroAcoustiCore.” With but soprano sax, electric guitar, double-bass and percussion o’plenty, OM, on tracks like the 11:46 “A Frog Jumps In” and the closing tribute—"Behind The Eye”—to drummer Fabian Kuratli (who died of cancer in 2008 at the age of 38), unsettles the mind, unlocks the groin, pushes the feet into action, tickles the ear and gets the heart pumping. There’s simply no describing it.

https://www.goldminemag.com/columns/rare-rockabilly-country-rnb-mash-ups-and-more-go-beyond-genre

B
Ben Taffijn
Nieuwe Noten Blog

Ik blijf nog even bij de gitaristen. Met vandaag aandacht voor de Zwitser Christy Doran, inmiddels zo’n halve eeuw actief binnen de Europese improvisatie scene. Voor Challenge Records maakte hij, samen met de in mei vorig jaar overleden beeldend kunstenaar Stefan Banz ‘Aerosols’, terwijl bij Intakt Records ’50’ verscheen van OM, het inmiddels legendarische kwartet dat Doran al sinds 1972 vormt met saxofonist Urs Leimgruber, bassist Bobby Burri en drummer Fredy Studer.

‘Aerosols’ is een bijzonder album en gaat over de wisselwerking tussen muziek en beeldende kunst, net als aerosolen van mens op mens overspringen, zo gaat dat volgens deze twee met kunst. En dus bevat dit album vijf stukken van Doran die Banz inspireerden tot schilderijen en vijf stukken waarbij Doran zich door bestaande schilderijen van Banz liet inspireren. Vanzelfsprekend staan de afbeeldingen van de schilderijen in het boekje, alleen al een reden om de Cd te kopen en kun je dus zelf zien in hoeverre je de gedachtengang van schilder versus musicus **** volgen. Dat hoeft natuurlijk niet, de muziek die Doran speelt is ook zonder de bijbehorende schilderijen meer dan de moeite waard. Ingenieuze klankcollages, waarin de klanken elkaar prachtig aanvullen, geholpen door ondersteunende elektronica. Waardoor je ook hier regelmatig het gevoel krijgt met meer dan één gitarist van doen te hebben. Over het algemeen zijn het vrij abstracte, ingetogen stukken, iets dat overigens ook geldt voor de schilderijen. Maar er zijn uitzonderingen, zo klinken ‘Precious Sky’ en ‘Omen’ opvallend ritmisch en zet Doran in het eerste van de twee de volumeknop behoorlijk open, Banz associeert het met diamanten in een roze / blauwe stroom. Bijzonder is ook de blues ‘From the Ballad of Affection’, één van de weinige melodieuze stukken op dit album.

OM bestaat weliswaar sinds 1972 maar veel albums heeft dat niet opgeleverd. In 2020 was daar echter ineens ‘It’s About Time’, dat hier ter sprake kwam en dit jaar dus ’50’. Een tempo dat ze wat mij betreft de komende jaren nog wel even vol mogen houden. Het geluid van OM houdt het midden tussen jazz en rock en is vaak meeslepend ritmisch. Opener ‘P-M-F/B’ doet me dan ook wel wat denken aan krautrock, als het gaat om die lekker strakke ritmiek van Burri en Studer, want Doran en nog sterker Leimgruber mogen hier graag vanaf wijken. ‘Fast Line’ kent een veel trager ritme, met onverwachte abstracte uitbarstingen ter onderbreking en een heerlijk klagelijk spelende Leimgruber op sopraasax. Ware klanksensaties in ‘A Frog Jumps in’, een aan zijn mondstuk zuigende Leimgruber, Burri en Doran die de meest onverwachte klanken uit hun instrumenten weten te halen en Studer die we met grote diversiteit aan percussie in de weer horen. Een waar feest aan abstracties. En terwijl in ‘Diamonds on White Fields’ en afsluiter ‘Behind the Eye (Dedicated to Fabian Kuratli) dat ritme weer een grote rol speelt, ruimt het kwartet in ‘Im Unterholz bei Kiew’ een grote rol in voor een duistere klanknevel.

https://www.nieuwenoten.nl/christy-doran-stefan-banz-aerosols-om-50-cd-recensie/

G
Guy Peters
Jazz & Mo Magazine

Een album dat een viering moest worden van vijftig jaar OM. Maar dan was er helaas het recente Coverlijden van drummer Fredy Studer. Als 50 iets aantoont, dan wel dat de muziek van dit Zwitserse kwartet, dat in de vroege jaren zeventig al de intentie had om de elektriciteit van Hendrix te koppelen aan de spanning van de vrije muziek, nog altijd overeind staat als een unieke fusie. De band excelleert in de kop en staart van het album met robuuste, tribaal getinte en haast mechanisch wentelende grooves die even sterk herinneren aan koppige **** Motorik als aan de duistere galeienbewegingen van Swans. Ertussen: intens, soms delirisch samenspel dat ze zelf 'ElectroAcoustiCore' noemen. Vol schimmen, manipulaties en onwereldse sferen. Nu eens jachtig en dan weer onrustwekkend, maar altijd fascinerend en verrassend tijdloos.
Absoluut te ontdekken. Het is nooit te laat.

K
Kurt Gottschalk
The New York City Jazz Record

The new album by the Swiss supergroup OM wasn't intended as a memorial. When the record was slated for September release, it was set to mark the band's remarkable five decades of activity together. But with the death of drummer Fredy Studer on Aug. 22nd, 2022 at 74 it took on a very different feel.

ElectroAcoustiCare stands both as a tribute to Studer-if unintentionally so and certainly not the last-and to the vitality and fearlessness of the quartet for which he served as rudder and motor. And it is, simply put, a fantastic set. At its founding, OM was an attempt to merge jazz-based improvisation with rock energy and 50 years later they did so better than ever. The album opens with Studer's steady pounding; the relentless tom rhythm could be heard as harkening back to The Velvet Underground or Public Image, Ltd. The versatile and dexterous guitarist Christy Doran proves, as always, more than adept at melody, noisiness and abstract sound and able to shift among them in less than the space of a breath. Bobby Burri's work is analogous to the efforts of any good rock bassist – usually holding firm ground without demanding attention - although close listening reveals he is often doing much more than maintaining a tonal foundation; a few brief solos show his ability to extrapolate freeform figures from a deep funk suggestion. But the key to the album's success at standing firmly between genres-a claim made much more often than it is realized-is Urs Leimgruber's saxophone, which avoids cliché without resorting to spittle and squall, never striving to suggest the leading role of a vocalist but generally providing a focal center.

If the grooves, jams and space storms of ElectroAcoustiCare succeed in anything beyond being a fascinating listen rewarding repeat engagements, though, it will be to call attention to the under-recognized drummer. With some long hiatuses in its history, OM has less than a dozen albums under its name. The trio Koch-Schütz-Studer is also well worthy of exploration as are Studer's Duos series of meetings and an album of Jimi Hendrix interpretations (Doran in the unenviable guitar slot and Phil Minton on vocals) is one of the more memorable cover projects dedicated to the rock god. For its part, ElectroAcoustiCare is a fine swan song for a life spent behind the drums.

G
Guido Festinese
Audio Review Magazine

A volte le feste vanno a coincidere anche con quella che de Beauvoir definì "la cerimonia degli addii". La festa in questione, qui, è quel numero secco, 50: mezzo secolo palpitante di avventure sonore spericolate da un gruppo con base svizzera protagonista di affascinanti vicende dell'avant-jazz moderno. Gli Om si erano formati embrionalmente nel 1972 con Urs Leimgruber principalmente al sax soprano, Christy Doran alla chitarra elettrica, Bobby Burri al contrabbasso e Fredy Studer a batteria e percussioni. La "cerimonia degli addii” è proprio per quest'ultimo: il 22 agosto scorso, appena completato il missaggio di questo disco strepitoso, Studer se n'è andato da questo mondo. Una perdita secca che lascia una voragine aperta, perché il suo approccio essenzialmente percussionistico alla batteria donava alla grande musica degli Om colori e feste poliritmiche che nessuno riuscirà ad emulare.

A proposito di storia, una foto all'interno della confezione mostra gli Om nel 1978: allora campeggiava la scritta Electricjazz-Freemusic, tanto per marcare il territorio d'azione. Cinquant'anni dopo, ritratti nelle medesime posizioni, gli Om si presentano come ElectroAcoustiCore, e tutti i conti tornano. Siamo un passo oltre la mera, sferzante pressione elettrica jazz-rock, affrontata allora con un piglio quasi pre-punk. Gli Om di "50" sono una imprevedibile macchina da suono che parte con l'ossianico, marziale incedere di "P-M-F/B", merito proprio di Studer, undici minuti che sembrano usciti da un vecchio disco dei Faust, e poi si avventurano sereni e beffardi in terre di nessuno musicali che mettono in conto anche senso ludico, stupore, gioia quasi infantile per il suono puro.

C
Christoph Wagner
Jazzthetik Magazin

FREDY STUDER Singende Trommeln

Zu dem Tod des Schweizer Schlagzeugers Fredy Studer und dessen Vermächtnis, einem neuen Album von OM zum 50. Bandjubiläum.

Dass Schlagzeuger Gitarristen als Vorbilder wählen, ist ziemlich außergewöhnlich, doch für den Drummer Fredy Studer war Jimi Hendrix Idol und Lehrmeister. Der Schweizer sah in dem schwarzen Gitarristen einen Außerirdischen, der die Musik in andere Umlaufbahnen schoss und ihm deshalb lebenslang als Leitstern diente. Denn darauf zielte auch der Luzerner Trommler ab: die Grenzen der Musik hinauszuschieben. Dieser Vision folgte er mit viel Energie und Drive in unterschiedlichen Formationen, bei spontanen improvisatorischen Begegnungen und mit seinen eigenen Gruppen dabei immer Hendrix' Gitarre im Ohr.

1967 war Studer noch keine zwanzig Jahre alt, da bebte die musikalische Welt. Rebellion lag in der Luft. Konzerte der Schweizer Sauterelles oder der Kinks aus England weckten in dem Teenager das Bedürfnis, selbst Musik zu machen. Da er schon ein paar Jahre Basler Trommeln gelernt hatte, lag das Schlagzeug nahe. Auf einer Reise nach London hörte er im Marquee Club Jimi Hendrix ein Erweckungserlebnis! Studer eiferte nun Hendrix-Drummer Mitch Mitchell nach, durch den er auf den Jazzschlagzeuger Elvin Jones aufmerksam wurde und so bei John Coltrane landete. Durch die Schweizer Pianistin Irène Schweizer kam er zur freien Improvisation. Studer hatte seine Bestimmung gefunden. Mit Elan erkundete er von nun an das magische Dreieck zwischen Rock, modernem Jazz und freiem Spiel.

Als Tester neuer Instrumente Nachfolger von Pierre Favre bei der Cymbal-Firma Paiste in Nottwil kam Studer mit vielen berühmten Drummerkollegen in Kontakt. Er fachsimpelte mit John Bonham von Led Zeppelin über den Klang verschiedener Gongs und testete mit Carl Palmer (Emerson Lake & Palmer) unterschiedliche Ride-, Splash-und Crash-Becken. Studer war im Trommelhimmel.

Im Wiebelfetzer Workshop spielte er zum ersten Mal mit internationalen Jazzgrößen wie John Tchicai zusammen. Mit OM, 1972 gegründet, gelang ihm dann in den 1970er Jahren der Durchbruch. Die aufregende Musik des Quartetts zwischen elektrischem Rock und ekstatischem Jazz machte in ganz Europa Furore, was Studer in die erste Liga der internationalen Drummer katapultierte. Bei manchen Konzerten war als Stargast der brasilianische Perkussionist Dom Um Romão von Weather Report dabei. Nach zehn Jahren war die kreative Energie aufgebraucht, und OM fiel in einen langen Dornröschenschlaf.

Mit extremer „Hardcore Chambermusic" verschob Studer im Trio mit Hans Koch (sax, cl) und Martin Schütz (cello) abermals musikalische Barrieren. Zwischen ohrenbetäubendem Lärm und andächtiger Stille wogte die Musik. Mit seiner eigenen Gruppe Phall Fatale kehrte er in
den letzten Jahren zu Groove und Songformat zurück. Der soulige Gesang zweier Sängerinnen wurde von verschlungenen Linien zweier Bassisten umspielt, während der Bandleader für die komplexen Rhythmuspatterns sorgte. Bewusst suchte Studer den musikalischen Anschluss an die junge Generation mit einem abgeklärten, coolen Stilmix, der aus den Katakomben der Clubkultur zu kommen schien. Der Drummer behielt den Finger am Puls der Zeit. Vor zehn Jahren erweckte er mit seinen drei Bandkollegen OM zu neuem Leben, nicht um nostalgisch die siebziger Jahre aufzuwärmen, sondern Musik auf der Höhe der Zeit zu machen. 2018 legte Studer mit Now's the Time ein aufregendes Soloalbum vor, für das er sich noch einmal mächtig ins Zeug legte. Die Einspielung war die in vierzehn Kompositionen geronnene Essenz eines bewegten Trommlerlebens, mit der er demonstrierte, was auf dem Schlagzeug alles möglich ist. Im März dieses Jahres ging OM ins Studio von Thomas Gabriel in Stalden im Kanton Obwalden, um pünktlich zum 50-jährigen Gründungsjubiläum ein neues Album aufzunehmen. Unter der Regie des prominenten Produzenten Roli Mosimann (u.a. The Young Gods, Faith No More) entstand dabei in einer Woche eine bemerkenswerte Platte, deren Musik in vielen Farben schimmert, ganz im Hier und Jetzt steht und von Hardcore-Rock bis zu elegischen Klangerkundungen reicht. „ElectroAcoustiCore" lautet die Zauberformel.

Studer steuerte zu der Einspielung eine Komposition bei, die sich wie die Stücke seines Soloalbums aus einem speziellen Klangphänomen heraus entwickelt und kaum hörbar beginnt. Nur ganz allmählich formen sich piepsende Pfeiftöne und Zirpgeräusche zu einem steten Beat, der mehr und mehr anschwillt. Die Gitarre steigt mit schillernden Akkorden ein, das Saxofon bläst Spalttöne, während Studer seine Metallbecken in Stellung bringt. Dann reißt die Musik plötzlich ganz unvermittelt ab und versinkt in einer unheimlichen Stille, die nur zaghaft wieder von Klängen okkupiert wird. Hören wir zerhackte Radarmeldungen? Kriegslärm in der Ferne? „Im Unterholz von Kiew" hat Studer sein Stück genannt. So politisch kann Jazz sein.

Im Herbst stand mit OM eine mehrwöchige Tournee im Terminkalender, an der Studer nicht mehr teilnehmen kann....

M
Meinrad Buholzer
Jazz'N'More Magazine

SEIT 50 JAHREN:

DER ARCHIPEL

Wie ein Archipel ragt das Quartett OM aus dem grossen Ozean des zeitgenössischen Jazz der letzten 50 Jahre. Nach dem Tod von Fredy Studer im August wurde die geplante Jubiläums-Tournée in diesem Herbst unversehens zu einer Memoriam-Tour für den Schlagzeuger. Ein Rückblick auf die wechselhafte Geschichte dieser ausser-gewöhnlichen Formation.

M
Manfred Pabst
Jazz Podium Magazine

Dieses Anfang März 2022 eingespielte Album ist unvermittelt zum Vermächtnis geworden: Am 22. August ist Fredy Studer, einer der profiliertesten Schweizer Schlagzeuger und Gründungsmitglied der Gruppe OM, mit 74 Jahren überraschend gestorben. Das Quartett, das von 1972 bis 1982 mit seiner >>Electricjazz-Freemusic<< europaweit erfolgreich war, muss nun ohne Fredy Studer auf die geplante Europatournee gehen; Gerry Hemingway springt für ihn ein. Ob die Band darüber hinaus noch bestehen bleiben wird, steht in den Sternen. Urs Leimgruber am Saxophon, der gebürtige Ire Christy Doran an der Gitarre, Bobby Burri am Bass und Fredy Studer am Schlagzeug haben 1974 bis 1982 und dann wieder ab 2008 eine Reihe überzeugender Al-ben veröffentlicht. >>ОМ 50< fügt sich in diese Reihe ein. Es enthält drei Kompositionen von Doran sowie je eine von Leimgruber, Burri und Studer. Im traditionellen Sinn ausgeschriebene oder konzeptuell definierte Passagen verbinden sich mit spontaner Improvisation. Die innere Spannung der Musik ist enorm. Sie ist energetisch und farbig; es geht nicht um die herkömmliche Abfolge von Thema und Soli, sondern um ein komplexes Ineinander von Klängen und Geräuschen. Elek-tronik wird hier nicht lediglich kolorierend, sondern als Strukturelement eingesetzt. Deshalb wirkt die Musik so skulptural und im Wortsinn unerhört. Keiner begleitet bloß, keiner spielt (sich) als Chef auf. Überraschung, die schon in Leimgrubers Haiku-Titel >>A Frog Jumps In<< anklingt, ist das Leitmotiv dieser auch tontechnisch überzeugenden Einspielung.

A
Anonymous
freiStil Magazine

Risiko und Vertrauen

Der Schweizer Saxofonist Urs Leimgruber gehört seit vielen Jahren zum weltweiten Who's who der improvisierten Musik. In diesem Jahr zelebriert er mit seinen Kollegen von OM den 50. Geburtstag des stilbildenden Quartetts. Im freiStil-Interview erzählt er von den Anfängen, der Gegenwart und den Zukunftsplänen von OM sowie von einigen seiner vielen anderen Kooperationen.

Urs, ihr hattet nach einer furiosen, lautstarken ersten Phase nicht weniger als 25 Jahre als Band pausiert und mit dem Album A Retrospective ein Comeback gefeiert. Was hat euch so einer langen Pause bewogen, und was hat euch in dieser viertel-jahrhundertlangen Auszeit abseits von OM bewegt?

Nach intensiven zehn Jahren 1972-82 haben wir uns entschieden aufzuhö ren. Die Musik hatte sich zwar immer noch weiterentwickelt, und wir hatten vielversprechende Angebote aus England, auf Tournee zu gehen. Unser damaliger Agent Roger Spence aus Edinburgh wollte mit uns für eine Aufnahme ins Studio gehen, trotzdem haben wir an unserem Entschluss festgehalten, Schluss zu machen. Zu diesem Zeitpunkt war jeder von OM bereits mit andern musikalischen Projekten beschäftigt, Fredy im Trio mit Rainer Brüninghaus und Markus Stockhausen, Christy mit seinen Post-New Bag-Formationen, Bobby und ich spielten im Duo, und ich habe angefangen, solo zu spielen. Durch diese neuen Projekte und andere, die daraus entstanden sind, hatte sich jeder von uns musikalisch weiterentwickelt.

Fredy und Christy haben angefangen, mit Stephan Wittwer im Trio zu spielen, die LP Red Twist & Tuned Arrow ist ein Meilenstein dieser Zusammenarbeit. Später formierte Christy ein Quartett mit Bobby Burri, Olivier Magnenat und Fredy Studer, Musik für zwei Kontrabässe, Gitarre und Schlagzeug (ECM). Später kam das Projekt mit Jean-François Jenny-Clark und Jamaaladeen Tacuma zustande. 1993 formierten Christy und Fredy ihr Projekt Play The Music of Jimi Hendrix in wechselnder Besetzung, unter anderem mit Phil Minton und Tom Cora. Die Band existiert heute zusammen mit Erika Stucky und Thomas Jordi. In den 90er Jahren begann eine Zusammenarbeit von Fredy zusammen mit Hans Koch und Martin Schütz als Trio Koch-Schütz-Studer, dokumentiert als Hardcore-Chambermusic auf Intakt. Danach formierte Fredy die Gruppe Phall Fatale und Christy seine erste New Bag-Gruppe. Und es gab eine Zusammenarbeit mit Ray Anderson und Han Bennink. Bobby hatte sein Projekt; Musik für Kontrabass und Elektronik

Nach der Auflösung vom OM 1982 war ich für vier Monate in New York, wo ich unter anderem den Pianisten Don Friedman kennenlernte. Zusammen mit Don, Bobby Burri und Trilok Gurtu formierte ich das Quartett Reflexionen, wovon es in wechselnder Besetzung drei Schallplatten gibt. 1988 habe ich bei HatArt meine erste Saxofon-Solo-CD veröffentlicht und bin nach Paris umgezogen. Während dieser Zeit lernte ich den Schlagzeuger Fritz Hauser kennen, mit dem ich während mehr als zehn Jahren im Duo und zusammen mit Joëlle Léandre und Marilyn Crispell als Quartet Noir gespielt habe. In Paris gründete ich 1999 zusammen mit Barre Phillips und Jacques Demierre das Trio LDP.

Auch in sehr guter Erinnerung hab ich das Ensemble 6ix (mit Dorothea Schürch, Jacques Demierre, Roger Turner, Hannah Marshall und Tho-mas Lehn).

Ensemble 6ix ist 2007 von Jacques Demierre und mir im Auftrag des Festivals Archipel Genf formiert worden. Unsere Idee war ein Ensemble zusammenzuführen, das Klangimprovisationen in differenzierter Weise auf die akustischen Gegebenheiten eines Raums ausrichtet. Die Musik von 6ix basiert auf den Voraussetzungen des vorgege benen Raums, als dessen räumliche Klangspur im Benützen oder Enthüllen des akustischen Potentials. Der Kern von 6ix bestand von Anfang an aus Jacques, Thomas und Dorothea. Es kamen in wechselnder Besetzung Charlotte Hug, Isabelle Duthoit, Okkyung Lee, Hannah Marshall und Roger Turner dazu. Das Projekt wurde zeitweise auch mit +1 erweitert. +1 ist die Erweiterung des Sextetts um Thierry Simonot und Rudy Decelière vom Genfer Klanglabor AMEG mit dem Ziel, das musikalische Feld des improvisierenden Ensembles durch die Einbeziehung der Elektronik

P
Paul Jaillet
Jazzthing Magazine

Das schweizerische Quartett OM war Anfang der 1970er-Jahre eine der führenden europäischen Bands auf der Scheide von ****-Rock und Free Jazz. Auf „ElectroAcoustiCore" (Intakt/Harmonia Mundi) finden sich Gitarrist Christy Doran, Saxofonist Urs Leimgruber, Bassist Bobby Burri und Schlagzeuger Fredy Studer noch einmal zu einem Husarenritt zusammen, als wären seit 1972 überhaupt keine zwei Wochen vergangen. Hochgradig motiviert, einfallsreich, experimentierfreudig und doch zugänglich treten sie ihre Zeitreise an, die wie ein Jungbrunnen wirkt. Von ihrem gemeinsamen Nonkonformismus haben sie auch nach 50 Jahren nichts verloren. Zu keinem Zeitpunkt müssen sie sich entscheiden, soll das nun Jazz oder Rock sein, niemals suchen sie den kleinsten gemeinsamen Nenner, sondern treiben einander gegenseitig voran und wir dürfen mit. Leider
sollte dieser Neubeginn die letzte Aufnahme des einzigartigen Studer und damit zugleich sein Vermächtnis werden.

A
Anja Nora Schulthes
Luzerner Zeitung

Lustvoll fabulieren bis an die Schmerzgrenze

Der Start der 50-Jahre-Jubiläums-Tournée der Luzerner Kultband OM im Südpol stand auch im Zeichen eines Verstorbenen.

Bassistin Martina Berther und Schlagzeugerin Béatrice Graf machen den Auftakt am Freitag im Luzerner Südpol. Ester Poly ist eine der coolsten Frauen-bands der Schweizer Independent-Szene. Wobei man eher <<> sagen sollte: In den Texten geht es unverblümt um Körpersäfte, um Lust. Diese ist weiblich; roh, witzig und provokant.

Treibende Beats, vertrackte Basslinien, dunkel verzerrte Riffs, zischende Hi-Hats und immer wieder Ohrwurm-Melodien. Und alles irgendwo zwischen Punk, Psychedelic Rock, New Wave und experimentellem Jazz. Dieses Spektrum liegt nicht zuletzt daran, dass mit den begnadeten Musikerinnen zwei Generationen aufeinandertreffen. Die beiden haben somit aus altersmässig unterschiedlichen Erfahrungen etwas zu sagen.

Ein Heimspiel für die <>>

Wie Ester Poly hat sich auch OM stets abseits vom Mainstream bewegt - mit grossem Erfolg. In eine Schublade lässt sich dieses Phänomen nicht stecken. Experimentelle Musik prallt auf Rock, Free Jazz, Noise und Elektronik. 1972 formierte sich die Band um Urs Leimgruber (Reeds), Christy Doran (E-Gitarre), Bobby Burri (Kontrabass) und den dieses Jahr verstorbenen Schlagzeuger Fredy Studer.

Zusammen tourten sie mitten in Zeiten des politischen und musikalischen Aufbegehrens durch ganz Europa und fanden nach längerem Unterbruch (1982 bis 2006) nach einem Konzert im KKL wieder zusammen. Hier im Südpol macht die Band, mit Gerry Hemingway am Schlagzeug, den Anfang ihrer Tournee zum 50. Jubiläum. Es ist gewissermassen ein Heimspiel, viele OM-Fans sind da - sowie Freunde und Bekannte der Musiker, die in der Ansage mit einem Augenzwinkern als «OM-Urgesteine>> vorgestellt werden.

Schon die ersten Minuten des Konzerts machen deutlich, was diese Formation ausmacht: ungeheure Präzision, punktgenaues Timing, geballte Energie und viel Erfahrung im Zusammenspiel. Spiel-und Fabulierlust sind nicht abgeklungen im Gegenteil. Über einem satten, kräftigen und absolut tanzbaren Boden von Bass und Schlagzeug wuchert eine wilde Polyfonie. Es summt, es wummert, flirrt, quakt und quietscht. Das Rohrblatt schwingt zu vogelähnlichen Lauten auf, die Slide-Spieltechnik der E-Gitarre sorgt für eine singende, eigentümliche Klangfarbe. Manchmal sind die hohen Töne des Rohrblatts so laut, dass es ein wenig wehtut im Ohr.

Doch das Ausloten der Grenzen ist hier Programm. Wer sich darauf einlässt, wird mitgeris-sen. Und von einer Stimmung -mal treibend, mal preschend oder in einer abrupten Wende -in die nächste katapultiert.

Fredy Studer spielt quasi mit

Fredy Studer ist an diesem Abend stets präsent. Etwa auf projizierten Fotografien, aber auch durch den hervorragenden Schlagzeuger Gerry Hemingway, der an seine Stelle tritt. Oder in jenem Stück, das die vier Musiker gewissermassen mit Studer performen: Auf einer Grossleinwand wird die Video-aufnahme eines Schlagzeugsolos von Studer eingespielt, das Licht auf der Bühne ist aus. Allmählich stimmen die Musiker auf der Bühne ein, zuerst leise und bedächtig ums Solo herum; dann bestimmter, bis die beiden Tonebenen zum energetischen Impro-Intermezzo verschmelzen. Die Verbindung der Musiker untereinander und zu Fredy Studer, über dessen Tod hinaus, ist es, was OM auch ausmacht.

A
Anonymous
Orynx-improvandsounds

Pochette colorée de Niklaus Troxler à l'occasion du disque anniversaire de 50 années du quartet OM, une valeur sûre des circuits du jazz contemporain des années septante. Composé du saxophoniste Urs Leimgruber, du guitariste électrique Christy Doran, du bassiste Bobby Burri et du batteur Fredy Studer. Mais voici que celui-ci vient nous quitter à peine que leur intrigant compact << OM50 » soit imprimé. Fredy, un élève du grand Pierre Favre, fut, tout comme son professeur, appointé par la société Paiste comme « démonstrateur >> consultant, c'est dire le professionnalisme du bonhomme, percussionniste demandé par de nombreux improvisateurs internationaux. La musique d'OM se situait adroitement entre l'Art-Rock, le free-jazz, le mouvement d'improvisation européenne et le contemporain. Ils ont publié quelques albums novateurs à l'époque sur le label ECM - Japo qui était alors le sub-label improvisation - avant-garde << free >> de la légendaire marque Munichoise (Globe Unity, Dollar Brand, AMM, Elton Dean, Trevor Watts, Ken Hyder etc...). Il faut citer au moins deux albums: Kirikuki et Rautionaha. Urs Leimgruber est devenu au fil du temps un des saxophonistes improvisateurs << radicaux >> parmi les plus remarquables, spécialiste du soprano tout comme Evan Parker, Lol Coxhill et Michel Doneda. Le consensus collectif d'OM fait coïncider les quatre personnalités musicales du groupe dans un ensemble aussi volontairement hybride, presque disparate que profondément cohérent. Le guitariste Christy Doran triture sa guitare électrique comme une source sonore électro-acoustique avec un savant dosage d'effets en en extrapolant leurs combinaisons. Il apporte au groupe une tendance << free-rock >> acide en cisaillant la matière sonore hérissée par une amplification saturée. Le batteur peut se complaire dans des scansions primales (P-M-F/B signé Burri ou Interholz bei Kiew de Studer) ou effriter et exacerber la tension au sein du groupe en variant et décalant les frappes en rafales, secousses et roulements saccadés. Le deuxième morceau, Fast line écrit par Doran, s'ouvre et se ferme par un thème en spirale brisée, interjections concentrées et enlacées, mues par un tempo hyper-rapide projetant le groupe dans des interactions virulentes et minutieuses. Le bassiste peut très bien pulser avec puissance ou se joindre à la folie ambiante. A Frog Jumps signé Leimgruber, témoigne de son goût pour une recherche sonore épurée dans laquelle chaque musicien insère tour à tour les timbres les plus rares dans une suite très lisible de cadavres exquis, où prédomine la résonance du silence. Cet exercice plus austère est suivi par Diamonds on White Fields de Doran, au rythme binaire légèrement funky tout droit sorti du Silent Way de Miles, avec la contrebasse obstinée de Burri sur une ou deux notes et le jeu pointu aux harmoniques très fines de Leimgruber. Mais cet exercice est mis en suspens par de nouvelles recherches sonores, jusqu'à ce que le jeu des pulsations reprennent ses droits dans une manière rock psyché sonique avec les bidouillages sonores de la paire Burri-Doran et les extrêmes déchirants du sax soprano. Bref, chaque morceau a son identité et son parcours spécifiques, ses colorations et ses intentions de départ aussi précises qu'ouvertes sur l'aventure avec un grand A, ou mieux, un superbe OM. Parmi les groupes cultes du rock d'avant-garde et expérimental, OM tient une place à part aux côtés d'Henry Cow, Univers Zéro, Etron Fou, This Heat, Can, etc... même s'il est connoté plus (free) jazz que « rock ». Bien qu'OM a eu en fait une existence intermittente depuis les années 70, le groupe n'a pas perdu son identité musicale et sa créativité où les univers improvisés radicaux, les sonorités électriques et la pulsation rock s'interpénètrent et s'enrichissent. Et donc si mon évocation rencontre un écho chez vous, leur dernier album pourra très bien vous convaincre.

F
Felix
freiStil Magazine

„Das Engagement ist noch das Gleiche wie eh und jeh, Feuer und Flamme im Hier und Jetzt. Jeder gibt alles. Wir definieren uns über den Sound. Auch wenn wir uns nicht immer einig sind, sind wir uns einig. Die Aufnahmen für die CD bestehen aus neuen Kompositionen, die wir im letzten Frühjahr zusammen mit dem Produzenten Roli Mosimann im Studio Gabriel in Stalden aufgenommen haben." Sagte Urs Leimgruber im freiStil-Interview. Folgerichtig beginnt die CD zum 50-jährigen Jubiläum mit einer Neudefinition der Band – einem nahe am Industrial gebauten Freejazzrock-Stück namens P-M-F/B, wofür auch immer das stehen mag. Der Vorwärtsdrall nimmt sofort gefangen, splittert aber im nächsten Moment (Fast Line) in Scherben, die in gemeinsamen Bemühungen wieder zu einem schlüssigen Ganzen zusammengesetzt werden. Langsam, beharrlich, sturschädelig, als Blues der bislang unerhörten Art und Weise. Kratzbürstig setzt sich die Geschichtsneuschreibung von OM fort (A Frog Jumps in), bevor Diamonds on White Fields als astreine Milesdavisbitchesbrew-Nummer, die nur aus Zeitgründen noch nicht auf der legendären 1969er Aufnahme erscheinen konnte, einen gut zehnminütigen Raum einnimmt. Es sind die Dynamik, die Klangfarben, die Offensive, die dieses akustische Juwel auszeichnen. Allein Burris Basspart spricht Bände der avancierten Musikgeschichte. Im Unterholz bei Kiew trifft man sich wieder, um nach den Wurzeln des improvisierten elektrischen Jazz zu forschen. Und im abschließenden Behind the Eye, Fabian Kurati gewidmet, der in einer von Christy Dorans New Bag-Ensembles am Schlagzeug saß, lernen die Klangsprachen der Band fliegen. Wir haben es hier mit gut hundert Minuten Musik auf oder vielmehr über der Höhe der Zeit zu tun. Ein Unglück, dass Studer starb. Also wird Gerry Hemingway, auch kein Schlechter, seinen Part bei den Plattenpräsentationen übernehmen.